Leven en werk van Italiaanse renaissance kunstenaars

Leven en werk van Italiaanse renaissance kunstenaars

Italiaanse kunstenaars hebben in belangrijke mate  bijgedragen aan de ontwikkeling van de Renaissance, de bakermat van de moderne westerse cultuur. Alleen daarom al vormden ze een beroepsklasse die een nadere studie waard is. In deze cursus proberen we ons op basis van historisch bronnenmateriaal (handboeken, dagboeken, biografieën, brieven en contracten) te verplaatsen in het leven van kunstenaars in de periode van grofweg 1300-1600. Tot de thema’s die aan de orde komen behoren de opleiding van de kunstenaar, het ontstaansproces van kunstwerken, en de sfeer binnen een werkplaats. Ook wordt gekeken naar de relatie van de kunstenaar met de buitenwereld: de contacten met opdrachtgevers, met collega’s en tenslotte hoe het kunstenaarschap werd gecombineerd met het privéleven. Een detailstudie die een nieuw, verfrissend inzicht verschaft in een boeiende cultuurperiode waarin de beeldende kunsten een voortrekkersrol vervulden.
De cursus bestaat uit de volgende onderdelen:
De werkplaats.
De beroepskeuze en opleiding. De inrichting en samenstelling van een atelier. De materiële aspecten (het verwerven en bewerken van materialen). Analyse van kosten en baten.
De verkenning van de ruimte
Analyse van methoden om ruimte op een plat vlak te suggereren. Gedurende de Renaissance leerden kunstenaars steeds beter gebruik te maken van lineair perspectief, waarvan de principes in het eerste kwart van de vijftiende eeuw (her)ontdekt werden.
Verkenning van het menselijk lichaam
Dankzij de  sculptuur van de klassieke oudheid, het modeltekenen, en tenslotte dankzij anatomische ontledingen verwierven kunstenaars gedetailleerde kennis van het menselijk lichaam. Balancerend tussen realisme en idealisme werd het klassieke  prototype van het menselijk lichaam, de zg. Vitruvius man, getoetst aan de werkelijkheid. 
Ut pictura poesis
Kunstenaars emancipeerden van ambachtslieden tot `academici’ die aanspraak maakten op een status gelijk aan die van de Vrije Kunsten (Artes Liberales). De verwantschap met de poëzie werd benadrukt, en in het bijzonder met de redenaarskunst als kunst van menselijke communicatie in het algemeen.