Florence in de zestiende eeuw: de cultus van originaliteit

De Florentijnse renaissance van de vijftiende eeuw is een begrip. Het huidige Florence is echter veel meer bepaald door de zestiende eeuw: het hele stadscentrum, van het plein van San Marco tot aan de Boboli-tuinen heeft toen zijn uiteindelijke vorm gekregen. Uit die tijd dateren ook talloze beelden en fonteinen, paleizen zoals dat van de Uffizi, villa’s en fresco’s. Veel meer dan een nabloei van de renaissance was de zestiende eeuw in Florence een bruisende periode vol vernieuwingsdrang. De vernieuwingsgolf zette in tijdens de Florentijnse republiek (1494-1512) en werd voortgezet onder het regime van de Medici. Het mecenaat van hertog Cosimo I de Medici heeft model gestaan voor de hofcultuur in heel Europa. Florence werd zo de wieg van een internationale kunststroming die bekend is geworden onder de naam maniërisme.

Vooral één aspect van de Florentijnse renaissance trad in de zestiende eeuw naar voren: de waardering voor de invenzione (vindingrijkheid, originaliteit).  De artistieke vrijheid die de kunstenaar werd gegund, in combinatie met de eeuwenoude Florentijnse  traditie van vakmanschap en technische know-how resulteerde in vaak verbluffende kunstwerken:  de beelden van Michelangelo, Giambologna en Benvenuto Celllini (ook schrijver van een geruchtmakende autobiografie), de schilderingen van Pontormo, de architectuur van Michelangelo, Vasari en Sangallo en nog zoveel meer. Ook op andere gebieden was de zestiende eeuw een vruchtbare periode. Daarom wordt in de cursus behalve aan (tuin)architectuur en beeldende kunsten ook  aandacht besteed aan de bijzondere verrichtingen op gebied van literatuur en muziek.